NL EN DE

Stap voor stap:
van wind op zee naar stroom op land -
TenneT Link

TenneT is een aanjager van de energietransitie en geeft als netbeheerder op zee in Nederland, samen met de industrie, al jaren krachtige impulsen aan standaardisatie, schaalvergroting en innovatie. Om duurzame energie aan te sluiten tegen lage maatschappelijke kosten, met minimale impact op de omgeving. Tegelijkertijd zorgt TenneT voor veilige, betrouwbare levering van elektriciteit aan ruim 42 miljoen eindgebruikers, met 24.500 kilometer hoogspanningsverbindingen in Nederland en grote delen van Duitsland.

1 Wind op zee

Waarom windparken op zee?

Op volle zee zijn de windsnelheden hoog én constant. Daardoor produceert een windpark op zee meer dan twee keer zoveel elektriciteit als een overeenkomstig systeem op land.

Image alt

De zee biedt ook meer ruimte voor hogere installaties. Een rotor van een turbine in windpark Borssele draait een cirkel van 165 meter, reikt op het hoogste punt tot 190 meter en levert een vermogen van 8 tot 9,5 MW. Windturbines van 12 MW zijn al beschikbaar; die van 15 MW worden ontwikkeld.

700 MW platform

Relatief dicht bij de kust worden in Nederland al windparken gebouwd. Die korte afstanden maken ze zeer geschikt voor aansluiting met wisselstroom. TenneT plaatst, voor acht windparken, acht gelijke 700 MW transformatorplatformen en verbindt ze met één soort wisselstroomkabel met de kust. Die standaardisatie maakt het werk aanzienlijk efficiënter, sneller en goedkoper.

Image alt

2 GW gelijkstroom – wereldprimeur!

Vanaf 2028 worden windparken verder uit de kust gebouwd, in het windenergiegebied IJmuiden Ver, Alpha en Beta. Die sluit TenneT aan met twee gelijkstroomverbindingen, met converterstations en kabels, met een capaciteit van 2 GW – een wereldprimeur! Spanningsniveau van de kabels naar land is 525 kV.

Voordelen van die grote capaciteit:

  • Twee kabels, in plaats van zes bij een wisselstroomsysteem.
  • Vraagt minder ruimte in zee.
  • Minder tracés op land.
  • Minder impact op zeebodem en milieu op land.
  • Lagere kosten.

Image alt

Borssele, de opstap

Borssele Alpha is de eerste netaansluiting op zee die TenneT aansloot op het hoogspanningsnet. Borssele Beta volgde: nu is 1.4 GW aangesloten. Tot en met 2023 komt daar 2.1 GW bij van windgebied Hollandse Kust. Eind 2030 heeft TenneT in Nederland en Duitsland in totaal 28.4 GW netaansluitingen op zee gebouwd.

Borssele Alpha
Wisselstroom – 62 km – 700 MW
In bedrijf: 2019

Image alt

Milieuvriendelijk

TenneT zet zich in om bij de aanleg van aansluitingen op zee aantasting van natuur en milieu zoveel mogelijk te beperken. Uiteraard door te voldoen aan alle wettelijke eisen. Maar TenneT gaat verder, door bij aanbestedingen aannemers uit te dagen om hun CO₂-uitstoot te verlagen, materialen te hergebruiken en natuurversterkende maatregelen te treffen. Dat kan gaan om vishotels met schuilruimte voor jonge vis, om kunstmatige rifstructuren bij de platformen of om ecologische kabelkruisingen.

Zo duurzaam mogelijk

TenneT zet leveranciers en aannemers aan om duurzamer te werken. Bijvoorbeeld met:
Een materialenpaspoort, geeft zicht op de herkomst van materialen en maakt sturing op hergebruik mogelijk.
Een CO₂-prestatieladder, laat zien welke aannemer de minste uitstoot produceert. Resultaat: de leverancier van de platformen Hollandse Kust noord en west (Alpha en Beta), verminderde de uitstoot met zeker 20.000 ton CO₂.

2 Platformen

Dit is waar TenneT's werkgebied begint

Wisselstroom (AC) of gelijkstroom (DC)?

Wisselstroomtechnologie is geschikt voor afstanden tot ongeveer 100 kilometer. In Europa is het elektriciteitsnet wisselstroom, dus windparken kunnen hiermee direct aangesloten worden op het bestaande net. Bij grotere afstanden nemen de transportverliezen bij wisselstroom toe. Dan is de inzet van gelijkstroom beter.

Dat kan niet zomaar: een omvormer (converter) moet de wisselstroom van windturbines eerst omzetten in gelijkstroom. Na transport door de kabel, is aan land ook weer een omvormer nodig, van gelijkstroom naar wisselstroom – voor invoeding in het elektriciteitsnet. Omdat gelijkstroom elektriciteit efficiënter transporteert, loont het bij grote afstanden om te investeren in de omvormers.

Image alt

Transformatorplatform op zee

Een platform van TenneT is een "meervoudig stopcontact" waarop meerdere windparken kunnen worden aangesloten. De transformator verbindt netten met verschillende spanningen met elkaar.

Innovatieve verbinding

TenneT is het eerste bedrijf ter wereld dat windparken aansluit met een spanning van 66 kV. Vergeleken met de, tot dan toe gangbare 33 kV, kan een windgebied daardoor met minder kabels worden aangesloten. Goed voor het milieu, goed voor de kosten.

Borssele Alpha

Het hoogste punt van het platform Borssele Alpha is 59 meter boven het zeeoppervlak. De installatiewerkzaamheden op zee vinden daarentegen plaats op een diepte tot wel 50 meter, bijna zo diep als het platform hoog is.

Oog voor de natuur

TenneT doet zorgvuldig onderzoek naar de gevolgen van aanleg van kabels en bouwwerken voor natuur en milieu. In de milieueffectrapportages wordt dat vastgelegd. Die kennis is mede bepalend voor de keuzes van locaties en kabelroutes.

Geluidsisolatie

Op land worden de werkzaamheden zo uitgevoerd dat broedende vogels of beschermde dier- en plantensoorten niet worden verstoord. Waar nodig denken ecologen mee over de best mogelijke oplossingen, zowel op land als op zee. Een goed voorbeeld daarvan is de bescherming van bruinvissen. Voor een platform worden heipalen diep in de zeebodem geslagen. Een ‘bellengordijn’ biedt dan bescherming tegen geluidsoverlast. Rond de bouwplaats vormt dan een gordijn van luchtbellen vanaf de zeebodem een geluiddempend scherm om met name bruinvissen te behoeden voor het geluid.

Meer biodiversiteit

Windparken en platformen op zee kunnen ook gunstige effecten hebben op de natuur. Uit onderzoek is gebleken dat de biodiversiteit op de zeebodem toeneemt bij de bouwwerken. Er zijn vele soorten waterdieren gevonden en vissoorten als kabeljauw, makreel en steenbolk.

3 Kabels op zee
en aan land

Route onderzoek

De uiteindelijke keuze voor de route en plaats van kabels, aanlanding, transformatorstations en converterstations maken de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Daarvoor onderzoekt TenneT mogelijke tracés en overlegt met belangenorganisaties, eventuele omwonenden, gemeenten, waterschappen, provincies en andere belanghebbenden. Alle betrokkenen hebben inspraak in dit proces.

In de zeebodem

De kabels die de elektriciteit van windparken en netaansluitingen naar het vasteland transporteren, worden in de zeebodem begraven, op een diepte van 1,5 tot 10 meter. Ervaring en onderzoek leren dat ze zo niet aan de oppervlakte komen, waar ze beschadigd zouden kunnen raken.

Subsea Cable

Zeekabels, de feiten

Levensduur: 40 jaar

Gelijkstroomkabel 2 GW, 525 kV
Bestaat uit 4 kabels al dan niet gebundeld: +,-, een metallic return en een glasvezelkabel.

Materiaal geleider: koper of aluminium geleiders
Diameter: ca. 17 cm
Gewicht: ca. 55 tot 80 kg/m

Wisselstroomkabel 350 MW, 220 kV
Bestaat uit 3 geleiders en 2 of 3 glasvezelkabels geïntegreerd in 1 kabel.

Materiaal geleider: koper of aluminium geleiders
Diameter: ca. 26 cm
Gewicht: ca. 100 kg/meter

Landkabels

Op land wordt de zeekabel een landkabel. Het verschil: de drie aders worden op land apart gelegd. Op zee zitten ze verwerk in één kabel. De kabeldelen zijn 750 tot 1.500 meter lang en worden met mofverbindingen aan elkaar gekoppeld.

Land Cable

Landkabels, de feiten

Levensduur: 40 jaar

Gelijkstroom landkabel
Bestaat uit een samenstelling van diverse materialen. Elektrische isolatie van XLPE (kunststof) en aluminium mantel voor waterdichtheid en een polyester buitenmantel.

Materiaal geleider: koper of aluminium geleiders
Diameter: 14-15 cm
Gewicht: 35-45 kg/m

Wisselstroom landkabel
Bestaat uit een samenstelling van diverse materialen. Elektrische isolatie van XLPE (kunststof) en aluminium mantel voor waterdichtheid en een polyester buitenmantel.

Materiaal geleider: koper of aluminium geleiders
Diameter: 14-15 cm
Gewicht: 35-45 kg/m

Kabels in zee leggen

Kabellegschepen of kabellegpontons kunnen kilometers kabellengte aanvoeren. Met langere kabels zijn minder verbindingsmoffen nodig. Er zijn verschillende technieken om de kabels op de juiste diepte in de bodem te leggen, zoals een spoelzwaard op een slee of rupsbanden, een ploeg, een trilzwaard of een kettingfrees. De inzet van middelen is steeds afhankelijk van alle omstandigheden op zee en op de zeebodem.

Image alt
Image alt

Kabels op land

Kabels op land worden steeds zo efficiënt mogelijk gelegd. Dat beperkt schade en overlast tot een minimum. Typische methoden zijn een open ontgraving, ploeg, trenchbox of een gestuurde boring. De keuze voor een methode wordt ook hier bepaald door de omstandigheden als natuurwaarden, bestaande infrastructuur en grondgebruik.

Image alt

Veiligheid!

De mogelijke kabelroutes worden nauwgezet onderzocht op grondgesteldheid, archeologische objecten en explosieven. Dat kan zowel mechanisch als magnetisch, elektromagnetisch en akoestisch.

4 TenneT-transformatorstation I

Station op land

De elektriciteit van een windpark op zee komt met een kabel aan land. Bij gelijkstroom zet een omvormer deze stroom eerst om in wisselstroom. Een transformator brengt vervolgens het vermogen op de juiste spanning, waarmee het wordt ingevoed op het 380 kV-net van TenneT. Als het windpark is aangesloten met wisselstroom, dan is omvormen niet nodig.

Image alt
Foto: Chris Pennarts

Bescherming tegen lawaai

Een transformator kan flink wat lawaai maken. TenneT zorgt ervoor dat de stations met omvormers en transformators binnen de richtwaarden blijven voor geluidsemissie. Bij woongebieden betekent dat: niet luider dan een normaal gesprek. Met moderne constructietechnologie, geluidwerende kappen en muren houdt TenneT het geluidsniveau binnen de perken.

Zorgvuldig met landschap

TenneT integreert stations met omvormers en transformators zo goed mogelijk in het landschap. Aanpassing aan het landschap wordt zoveel mogelijk beperkt. Voor de bouwwerken en ruimtes die echt nodig zijn, worden compensatie- en vervangingsgebieden aangelegd. Als bijvoorbeeld een haag wordt gerooid, dan wordt die op een andere plaats opnieuw aangeplant.

Groene zones

Op de stationsterreinen zelf worden ook groene zones aangelegd; zo’n terrein wordt maar voor een klein deel gevuld met gebouwen en wegen.

5 TenneT-transformatorstation II

Veel ruimte voor spanning

Een transformatorstation oogt groot en onoverzichtelijk. Maar de afzonderlijke componenten staan doelbewust ver uit elkaar en op steigers boven de grond: de lucht rond de apparatuur isoleert de onderdelen die onder hoge spanning staan. Dat voorkomt onderlinge beïnvloeding, bijvoorbeeld door magnetische inductie, waarbij de velden – zeer ongewenst – energie uitwisselen.

Transformatorstation

Met zijn transformatoren en schakelapparatuur brengt het transformatorstation de elektriciteit op kleinere spanningsniveaus en verdeelt deze verder. Van hieruit wordt de elektriciteit via extra hoogspanningsleidingen vele honderden kilometers verder getransporteerd. Daarom worden de 380 en 220 kV-lijnen vaak aangeduid als het "transportnet".

Image alt

Elektromagnetische velden

TenneT test van elk transformatorstation de elektromagnetische invloed op de omgeving en blijft daarmee royaal onder de wettelijke limieten. Zelfs bij maximale capaciteit van het station, komen de metingen niet hoger dan ongeveer 50 procent van de grenswaarden.

Milieuvriendelijke isolatiegassen

Isolerend gas wordt gebruikt in apparatuur in de midden- en hoogspanningstechniek om spanningsflitsen tussen hoogspanning en behuizing te voorkomen. In de toekomst zal TenneT in toenemende mate het isolerende SF6 (zwavelhexafluoride) vervangen door alternatieve, milieuvriendelijke gassen. Dit is een belangrijke stap op weg naar CO2-neutraliteit. Een mogelijk toekomstig isolatiegas is gezuiverde lucht met een gehalte van 79,5% stikstof & 20,5% zuurstof. Het is dus schoner dan het in de omgeving voorkomt.

Veldleeuwerik & Co.

De veldleeuwerik mijdt elektriciteitsmasten en gebieden onder hoogspanningskabels. Om nieuwe habitats voor hen te creëren, worden buiten het lijngebied bloeiende stroken en extensief gebruikt grasland aangelegd. Deze groenstroken zijn ook geschikte habitats voor patrijzen, bruine hazen en veldhamsters. De gebieden worden vrijgehouden van houtachtige planten, bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Deze aanpak beschermt ook het oppervlakte- en grondwater.

6 Bovengrondse hoogspanningslijnen

Het elektriciteitsnet is oorspronkelijk ingericht op eenrichtingverkeer: van energiecentrales naar verbruikers. Met grootschalige duurzame opwek op decentrale locaties, op zee, in buitengebieden, op daken bij industrieterreinen, volstaat die inrichting niet meer. Duurzaam opgewekte elektriciteit van wind, zon- en waterkracht vraagt meer transportcapaciteit op andere plaatsen in het net. Tegelijkertijd hebben we ook te maken met een sterk toenemende vraag naar elektriciteit. Nieuwe hoogspanningslijnen zijn daardoor onontbeerlijk. Daarmee steunt TenneT de energietransitie!

Bewezen technologie

De stalen vakwerkmasten, met een levensduur van 80 jaar of meer, dragen een veilig en doeltreffend bovengronds elektriciteitsnet. Deze hoogspanningslijnen zijn al decennia een zeer betrouwbaar transportsysteem dat relatief weinig onderhoud vraagt. De masten staan ongeveer 350 tot 400 meter van elkaar en zijn meestal 40-70 meter hoog. Zodra de mast op zijn plaats staat, worden de hoogspanningsdraden (geleiders) en bliksemgeleiders bevestigd. De hoogspanningsdraden zijn gemaakt van enkel aluminium of van aluminium met een stalen kern. Een hoogspanningsverbinding is altijd dubbel uitgevoerd, met 2 circuits. Bij uitval of onderhoud aan een circuit blijft er zo altijd een circuit beschikbaar voor transport van elektriciteit.

Image alt

…verbeterd

Enkele jaren geleden ontwikkelde TenneT de wintrackmast. Die is 55-75 meter hoog en heeft door zijn ranke vorm minder effect op het landschap. Door de draden dicht bij elkaar te hangen, is de magneetveldzone meer dan 60 procent kleiner dan bij vakwerkmasten. In dit type hoogspanningsmast kunnen meerdere verbindingen, zoals 150 kV- en 380 kV-verbindingen, gecombineerd worden. Dan zijn er minder masten nodig.

Image alt

TenneT-net in Nederland

Spanningen: 110, 150, 220 en 380 kV
Frequentie: 50 Hertz (Europese norm)
Totale lengte: 24.500 km, in Nederland en Duitsland

Voor mens en milieu

TenneT streeft ernaar bij uitbreiding van de netcapaciteit de gevolgen voor mens en milieu tot een minimum te beperken door eerst netoptimalisatie toe te passen. Lukt dat onvoldoende, dan is verzwaring de volgende stap, bijvoorbeeld met hogetemperatuurgeleiders. Als ook dat geen uitkomst biedt, dan moeten nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd.

Bos voor bos

Bij de aanleg van een hoogspanningstracé kunnen helaas niet altijd alle bosgebieden worden gemeden. Als kap echt noodzakelijk is, dan wordt in een ander gebied vervangend bos aangeplant. Per hectare worden tussen 8.000 en 10.000 bomen geplant en onderhouden in de geest van duurzame bosbouw.

Ecologisch waardevol

Hakhoutbeheer en getrapte bosranden, in combinatie met jong bos zijn bijzonder wildvriendelijk. Tijdelijke kleine vormen van water of open terreinen en speciale structuren in de corridor van een tracé kunnen nieuwe habitats vormen voor bedreigde soorten. Het zijn voorbeelden hoe TenneT terreinen onder hoogspanningslijnen ecologisch waardevolle functies geeft. Voor de veiligheid is hoge begroeiing daar niet mogelijk.

Bescherming voor vleermuizen en vogels

Voordat met de aanleg van een nieuw tracé wordt begonnen, worden potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen en vogels gemarkeerd. Als een potentiële slaapplaats moet worden geveld, wordt deze vooraf grondig onderzocht. Daarnaast worden vleermuiskasten en nesthulpmiddelen opgehangen als vervangende slaapplaats voor gekapte holle bomen. In plaats van dozen, kunnen in oude bomen ook spleten of holtes worden gemaakt.

7 Ondergrondse kabelverbindingen

Ondergrondse kabels

Het alternatief voor bovengrondse hoogspanningsleidingen: ondergrondse kabels. De kosten zijn vaak hoger, maar in het landschap zijn ze aanzienlijk minder ‘aanwezig’, belangrijk in dichtbevolkt Nederland. Ondergrondse kabels zijn beproefd en veilig voor hoogspanningsverbindingen van gelijkstroom en wisselstroom. Voor de aansluiting van een ondergronds kabelsysteem op bovenleidingen, is een speciale installatie nodig, met een bovengrondse oppervlakte van 50 x 70 tot 130 x 150 meter.

Image alt

Gelijkstroom of wisselstroom ondergrondse kabel?

Het transportnet werkt met wisselstroom, zowel voor de industriële als de huishoudelijke gebruiker. Over grotere afstanden gaat echter energie verloren omdat de stroomrichting 50 keer per seconden wisselt. Voor die afstanden is een gelijkstroomverbinding technisch efficiënter. Bij gelijkstroom verandert de stroom niet van richting, waardoor minder transmissie verliezen optreden. Economisch een rendabeler oplossing.

360°

Bouwplaats voor ondergrondse gelijkstroomkabel, NorNed

Ondergrondse gelijkstroom kabel in cijfers.

Sleufdiepte: ca. 1,5 meter
Kabeldiepte: 1,2 meter in warmte afvoerend materiaal
Benodigde breedte van de werkstrook bij 1 circuit: ca. 20 tot 30 meter
Beschermende strook: gemiddeld 3 meter (vrij van diep wortelende bomen en struiken)

Behoud van bodemfuncties

Een ondergrondse hoogspanningskabel wordt op 1,80 meter diep gelegd, zodat normale landbouw boven de kabel mogelijk blijft. De kabels worden omgeven door een warmte-afvoerend beddingmateriaal. Waar nodig worden de afzonderlijke grondlagen apart uitgegraven. Dat voorkomt vermenging van de bodem en ondersteunt het herstel van bodemfuncties.

Bodemkundig toezicht

Ondergrondse kabeltracés zijn al kort na de aanleg vrijwel onzichtbaar. Alleen bosgangen bijvoorbeeld, geven een hint van het ondergrondse kabeltracé. Tijdens het gehele bouwproces wordt TenneT geadviseerd door onder andere het bouwbedrijf en de eigenaar over bodemvriendelijke bouwmethoden, vervolgbeheer en herstel van het natuurlijk ecosysteem.

8 Onderstation van de regionale netbeheerder

Dit is waar TenneT's werkgebied eindigt.

Cruciale schakel

Vanaf de 'snelwegen' voor elektriciteit, TenneT's hoogspanningsverbindingen van 380 en 220 kV, gaat elektriciteit via regionale verbindingen van 150 en 110 kV naar de regionale netbeheerders. Hier zorgen de regionale netbeheerders voor verbinding met de individuele netaansluiting.

Via centrale knooppunten in het netwerk – de onderstations – is zo het hele elektriciteitsnetwerk in Nederland met elkaar verbonden. De onderstations vormen een cruciale schakel in het elektriciteitsnet. Op de onderstations wordt de hoogspanning met transformatoren omgezet naar een lager spanningsniveau, zodat het geschikt is voor regionaal en lokaal gebruik.

Image alt

Locatiekeuze

Een onderstation moet zo dicht mogelijk bij een tracé van een hoogspanningsverbinding gebouwd worden. Bij de locatiekeuze wordt rekening gehouden met de positie in het elektriciteitsnet, veiligheid, afstand tot huizen, geschiktheid van de grond voor bouw, de natuur en met ruimtelijke ordening. TenneT spant zich bij de locatiekeuze altijd maximaal in om rekening te houden met natuurbehoud en een fijne woonomgeving. Een onderstation van TenneT voldoet altijd aan de wettelijk gestelde normen.

Van grind naar groen

Op een onderstation van TenneT werd onlangs een orchideeënsoort ontdekt die al 30 jaar niet meer gezien is in Nederland! Het laat zien dat het loont om – steeds meer – aandacht te hebben voor natuur en biodiversiteit. TenneT doet dat onder meer in de coalitie "Groene Netten" – een samenwerking van acht grote infrabeheerder. Onderstations zijn onbemand en bieden daardoor kansen voor de ontwikkeling van biodiversiteit. In pilotprojecten samen met de Vlinderstichting bleek dat met kleine aanpassingen van TenneT, grote resultaten voor insecten behaald kunnen worden. Als de omstandigheden het toelaten, vervangt TenneT grind door gras. En met hagen of bomen kan een onderstation bovendien goed opgaan in het landschap. Zo past duurzame infrastructuur toch goed bij een aantrekkelijk landschap en mooie natuur.

Nauwelijks impact op de omgeving

Als een onderstation eenmaal gebouwd is, heeft het nauwelijks nog impact op de omgeving. Het maakt geen bijzonder luide of onaangename geluiden, verspreidt geen nare geurtjes en er is nagenoeg geen bedrijvigheid – zeker in vergelijking met andere bedrijfslocaties. Tijdens de bouwwerkzaamheden, ongeveer twee jaar, kan daar wel sprake van zijn. TenneT spant zich in om impact op de omgeving te beperken en zorgt ervoor dat de elektromagnetische velden rondom een onderstation onder de wettelijke grenswaarden liggen.

9 De verbruikers

Wie zijn de stoomgebruikers?

De elektriciteit bereikt uiteindelijk de eindverbruiker via de hoog-, midden- en laagspanningsnetten van de distributienetbeheerders. Huishoudens maken daarvan uiteraard gebruik, steeds meer ook voor elektrische auto’s, airconditioning en warmtepompen. Maar de industrie is veruit de grootste verbruiker van elektriciteit, vooral energie-intensieve sectoren zoals chemie, papier, staal, aluminium, koper en textiel.

Image alt
Foto: Chris Pennarts

Consument en producent wordt prosument

Huishoudens en bedrijven kunnen uiteraard ook zelf elektriciteit opwekken met zonnepanelen. De klassieke verdeling van elektriciteitsproducenten en -consumenten vervaagt daarmee. De consument die ook zelf produceert wordt "prosument".

De belasting van het elektriciteitsnet verandert daarmee ook snel. De aloude eenrichtingsweg wordt nu een verkeersplein, waarop prosumenten vanuit alle richtingen stroom afnemen én leveren. De netbeheerders moeten daarom alle zeilen bijzetten om de netbelasting stabiel te houden.

TenneT heeft daarvoor samen met twee andere Europese transmissienetbeheerders het platform Equigy opgericht. Eigenaars van elektrische auto's, opslagsystemen voor thuisgebruik of warmtepompen kunnen daar de capaciteit van hun installaties aanbieden. De eigenaar krijgt een vergoeding als hij bereid is om die flexibel in te zetten – meer of minder verbruiken, eerder of later stroom afnemen. De netbeheerder benut die flexibele capaciteit voor stabiliteit van het net. Zo draagt dit Europese platform voor crowdbalancing bij aan de versnelling van de energietransitie.

CO2-voetafdruk

Ieder mens laat een voetafdruk achter, en elke voetafdruk heeft een andere maat. Door de energietransitie aan te jagen, bereidt TenneT zich voor op een kleinere voetafdruk voor elke individuele eindgebruiker in de toekomst.